De plaats van onthaasten en rust, bezinning en verstilling
creativiteit en inspiratie, en vooral (h)eerlijk genieten.
( Catherine Boone )

Samen met twaalf andere Vlaamse begijnhoven werd deze locatie op 2 december 1998 op de lijst van het cultureel en natuurlijk werelderfgoed van Unesco ingeschreven. Hiermee herkent deze organisatie de uitzonderlijke universele waarde van deze site en roept ze op tot solidariteit voor de bescherming en instandhouding ervan. Tevens is het een erkenning en dat is niet voor iedereen weggelegd. De Vlaamse begijnhoven getuigen van een mystiek-religieuze traditie die teruggaat tot de middeleeuwen. De begijnen waren ongehuwde vrouwen of weduwen die, zonder een kloostergelofte af te leggen, kozen voor een onafhankelijk maar godsdienstig en solidair leven binnen een omsloten hof met architecturale en stedenbouwkundige kwaliteiten. Dit begijnhof, het enige dat in de 19de eeuw werd ontworpen, verenigt het historische gemengde type met de toenmalige principes van de tuinwijk. De aanleg en de kwaliteitsvolle neogotische architectuur streven zowel in de kerk als in de huizen en in de enorme conventen een vorm van pittoresk regionalisme na.

Van Gent naar Sint-Amandsberg

Om de geschiedenis van het Groot Begijnhof in Sint-Amandsberg beter te begrijpen keren wij samen terug naar de 13e eeuw, de begintijd van het ontstaan en verspreiding van de vrouwenkloosters en begijnhuizen. Overal in West-Europa worden cisterciënzer abdijen in een sobere architectuur opgetrokken. Naast de al bestaande Sint-Baafsabdij en Sint-Pietersabdij worden in de stad Gent en omstreken ook de Bijloke, Doornzele en Terhagen Maria Vreugde opgericht. Hun succes hebben ze te danken aan de sterke verspreiding van de mystieke gedachte. Gedurende deze periode is er een overschot aan meisjes en vrouwen. Een groot aantal adellijke vrouwen kiezen voor een leven als een begijn, kloosterzuster of een kluizenares waar zij werken in een nabijgelegen gasthuis om de melaatsen, pestlijders en andere zieken te verzorgen.

     

Midden jaren '30 van de 13de eeuw ziet het Groot Elisabeth Begijnhof in Gent het levenslicht. Gravin Johanna van Constantinopel speelt hier een cruciale rol. Gericht en stelselmatig zullen vrouwen uit alle windstreken van het land in kleine, onafhankelijke gemeenschappen leven die de voorkeur geven aan eenvoud, kuisheid en onthechting in de geest van het evangelie. Niet afhankelijk van of gebonden aan een bepaalde kerk, het zijn eerder vrouwen met een religieus leven die in hun eigen levensonderhoud voorzien. Doordat zij in een stad binnen een stad worden, worden zij ook wel ‘begijnen’ genoemd. Na zware strijden te hebben meegemaakt tijdens de Beeldenstorm in de jaren '60 van de 16de eeuw, de confiscatie van de kerkelijke goederen eind 18de eeuw markeert midden 19de eeuw een kentering in hun leven. In 1862 is het voor het Groot Elisabeth Begijnhof in Gent zeker een belangrijk jaar: de Gentse Commissie van Burgerlijke Godshuizen en de voor een groot deel liberaal gezinde gemeenteraad zijn van plan om het begijnhof als coherent geheel in een nieuw jasje te steken. De voortschrijdende urbanisatie heeft niet alleen gevolgen voor het begijnhof maar ook voor de gemeenschap.

De hele wijk wordt gesaneerd. Al is 23 oktober 1873 de uiterste verhuisdatum maar de begijnen krijgen steun uit onverwachte hoek: hertog Engelbert August van Arenberg die als mecenas het Begijnhof Ter Hoye, voluit Begijnhof Onze-Lieve-Vrouw Ter Hoyen, van de ondergang heeft gered, zal nu ook over het lot beslissen van de begijnen uit het Groot Elisabeth Begijnhof in Gent. Met zijn welwillendheid en dankbaarheid slaagde de hertog erin om enkele landbouwgronden voor een totale oppervlakte van 8 hectare op de Sint-Baafskouter in Sint-Amandsberg en in de nabijheid van het spoorwegstation Gent Dampoort aan te kopen en te groeperen waar een splinternieuw begijnhof, bestaande uit een kerk, een kapel, het groothuis, een infirmerie, 14 conventen en 80 huisjes, wordt gebouwd. De bisschop van Gent monseigneur Henricus Franciscus Bracq, zijn familie, Alfons Braekman en zijn verwanten steunen het project. Tijdens die periode bekleedt de heer Alfons Braekman het burgemeesterschap van Sint-Amandsberg, dat sinds het jaar 1977 een onderdeel uitmaakt van de stad Gent, dit even ter zijde.

     

Zij doen een beroep op enkele vakspecialisten. Jean-Baptiste Bethune, die wij al eerder hebben ontmoet als architect van het kasteel van Loppem, wordt belast met het ontwerpen van de kerk. Hij werkt nauw samen met Arthur Verhaegen, eveneens een trouwe aanhanger van de neogotiek. Op 29 september 1873 wordt de eerste steen van het nieuwe kerkgebouw gelegd. In de directe nabijheid worden pleinen en straten aangelegd waar een groot aantal conventen, huisjes en een infirmerie waarbij de opvang en verzorging van zieken en gewonden worden verzekerd, uit de steigers zullen komen. Ieder huisje krijgt ook een voortuin dat door een muur wordt omsloten. Midden de muur bevindt zich een poort die bovenaan of naast wordt voorzien van een specifieke nis met gepolychromeerde heiligenbeeld. Polychromie is een term die in de kunst wordt gebruikt om het gebruik van schilderingen in veel kleuren aan te geven, in het bijzonder van beelden en bouwwerken. Een opvallende verschijning, vind je niet? Ieder huisje heeft zijn... Het huis aan het Sint-Beggaplein met nummer 18 wordt gewijd aan Catharina van Alexandrië, ofwel 'De heilige Katharina, de grote martelares.

Het huis van de grootjuffer wordt ingericht: haar 'Mattekeskamer' ( Raadkamer ) of het belangrijkste vertrek, zullen de prominente bezoekers een indrukwekkende portrettengalerij van alle vroegere grootjuffers tegenkomen. De andere begijntjes krijgen een voor een een woning toegewezen. Alles wordt omgeven door een muur met een toegangspoort. Hoe je het ook wendt of keert, het middeleeuws karakter wordt zo goed mogelijk nagebouwd. De verhuis van de begijnen gebeurt in twee fasen: de eerste 400 meisjes vestigen zich al in de eerste huisjes terwijl de overige 300 vrouwen eind september 1874 met veel luister in Sint-Amandsberg verwelkomd. Op 30 december 1874 wordt de stichtingsakte van het Groot Begijnhof van Sint-Amandsberg ondertekend door de hertog van Arenberg, zijn echtgenote Maria Eleonora van Arenberg, de al genoemde Gentse bisschop, de grootjuffer Juliana Verhaeghe en haar raad.

     

Het dagelijks leven van het begijntje

Je vraagt je waarschijnlijk af hoe het dagelijks leven van een begijntje eruit ziet? Zoals eerder besproken moet zij zelf instaan voor haar levensonderhoud. Op geregelde tijdstippen komt de melkboer langs de deur die met voornamelijk melk en zuivelproducten aan de vrouw brengt. Aangezien mailen en surfen nog niet bestaan, wordt er per brief gecorrespondeerd. De trouwe postbediende kijkt de naast gelegen brievenbus aan de poort van het groothuis iedere dag na. Omdat de begijntjes binnen de veilige muren van het hof leven, staan zij ook in voor de orde en netheid van hun eigen stad. Naast enkele zelfstandige opdrachten vervullen zij ook gemeenschappelijke taken: naast de zieke mensen verzorgen wordt er ook gevraagd om de vallende bladeren te vegen en naar een verzamelpunt voor blad te brengen, de was te doen, samen in de keuken te werken, het dagelijks volgen van de heilige mis, luisteren naar de preek, zijn slechts enkele voorbeelden. Naast de kapel en de kerk is de bleekweide ook een bijzondere plaats. Het is niet zomaar een kort gemaaid grasveldje: het wordt gebruikt om linnen te bleken. Omdat de begijnen vaak hun inkomsten verdienen door de was te doen voor anderen, is de bleekweide een onmisbaar deel van het begijnhof gedurende de dag. Een avondje stappen is eerder uitzondering dan regel. Iedere avond om elf uur worden de twee grote ingangspoorten van het begijnhof gesloten. Stel je eens voor als je te laat naar huis komt...

Daarnaast staan begijnen ook bekend om hun handvaardigheid en toewijding: via het borduren en kantklossen maken zij allerlei unieke producten of serie van producten. Een aangeleerd gedrag dat van generatie op generatie wordt overgedragen. Als liefhebster kan ik alleen maar beamen dat het stuk voor stuk prachtige staaltjes handwerk van het huis zijn. Begijnen genieten van hun onthaasten en rust, bezinning en verstilling. Diverse leeftijden en maatschappelijke achtergronden kruisen elkaars wegen. De arme en/of alleenstaande meisjes worden in een convent ondergebracht waar zij hun maaltijd in de eetzaal van het convent benuttigen. Het is echter ook een oude gewoonte dat de begijnen niet in elkaars bord kijken en daarom eet elk van hen achter de openstaande deur van haar proviandkast.

     

Om dit blog bericht af te sluiten wil ik nog iets vertellen over de inauguratie van een nieuw begijn. Eerst en vooral is zij geen kloosterzuster. Na enig opzoekwerk te hebben verricht heb ik begrepen dat een vastgeroeste procedure onder de naam van 'steedsel' de inwijdingsplechtigheid verloopt. Dat is helemaal niets mis mee. De jonge vrouw legt in de al genoemde 'Mattekeskamer' de belofte van gehoorzaamheid aan de grootjuffer en aan de begijneregel. Vervolgens wordt het nieuwe begijntje gekleed in het convent van Sint-Eleonora, waarschijnlijk vernoemd naar de vrouw van de hertog. Op weg naar de kerk binnen het begijnhof heeft zij een steedselkaars bij de hand. Deze kaars is het teken dat de novice bij de groep begijnen behoort. Zij wordt als volwaardig lid aanvaard. Zij krijgt haar plaats binnen het begijnhof toegewezen. De plechtigheid wordt afgesloten met een 'steedselmis' voor alle begijnen binnen de gemeenschap.

Met dit bijzonder verhaal deel ik nog even met jou de onderstaande twee YouTube films als eerbetoon voor het Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg en haar begijnen: de ene video handelt over het dagelijks leven van een begijn aan de hand van allerlei ansichtkaarten en postkaarten – een dank aan mijn Belgische vader om zijn collectie uit te lenen – terwijl de andere montage het begijnhof ziet in een hedendaags perspectief. Als laatste grootjuffer en lid van de Lekenorde van Sint-Dominicus overleed 88-jarige Josepha Goethals op 20 januari 2003. Al leven en wonen er heden ten dage geen begijnen meer in het 'hof', zij hebben stuk voor stuk een mooi stukje geschiedenis geschreven om nooit meer te vergeten. Hun stad vol kracht en energie, de plaats van onthaasten en rust, bezinning en verstilling, creativiteit en inspiratie, en vooral (h)eerlijk genieten. Luister mee naar de stilte:

Film, foto's en tekst: © Alle rechten voorbehouden, Catherine Boone, 2017

Literatuur:

Geschiedenis Groot Begijnhof Sint Elisabeth Gent en St.-Amandsberg / Jordanus Piet De Pue. - Leuven : Paters Dominicanen; Oudenaarde : Sanderus, 1984. - 59 p. : ill. ; 23 cm

1874-1999, 125 jaar Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg / algemene leiding Erik Schepens; eindredactie Roger Poelman... et al. . - Oostakker-Gent : Geers, 1999. - 288 p. ; 24 cm